Het BEOWULF-epos
Technische fiche
- Uitgever Mens & Cultuur Uitgevers
- Plaats uitgave Gent
- Drukker Nevelland, Landegem
- Vormgever Ascender, Antwerpen
- ISBN 978-90-72931-99-8
- NUR 630 / 680
- Pagina's 191
- Illustraties z/w
- Grafische info Krt., stambomen
- Prijs € 20,00
-
Bevat als bijlage (p. 97-177): Beowulf manuscript, de Angelsaksische tekst (Cottonische Bibliotheek, British Library).
-
Het BEOWULF-epos
Angelsaksisch of Fries-Saksisch erfgoed van omstreeks 500 uit Frans-Vlaanderen
-
- Auteur Vandemaele Joël
-
Beowulf staat bekend als het oudste Engelse epos. Het handschrift werd in 1705 ontdekt en berust nu in de Cottonische Bibliotheek van de British Library.
Het heldendicht dateert uit de tijd van de Angelsaksische emigratie naar de Britse eilanden. Sleutelmoment van de dateringen is de veldslag die zijn Hygelac, koning van de Geatingas, in 523 leverde tegen de Franken en die hij verloor. Het heldendicht verhaalt de strijd van Beowulf, neef van Hygelac, tegen het monster Grendel.De auteur betwist de tot nu toe gevolgde vertaling van het epos en de geografisch situering als gevolg daarvan: hij stelt dat heel wat persoons- volkeren- en plaatsnamen niet op de Engelse bodem te vinden zijn maar wél in noordwest-Frankrijk. Beowulf vond zijn oorsprong in de schrijfcultuur van Frans-Vlaanderen. Klassieke Latijnse en Griekse teksten versterken deze visie!
Historisch dateert het heldendicht uit de tijd van de Angelsaksische emigratie naar de Britse eilanden. Beowulf was, in het verhaal, koning van de Geatingas. Sleutelmoment van de dateringen is de veldslag die zijn oom Hygelac, koning van de Geatingas van 503 tot 523, leverde tegen de Franken. Hygelac werd in 523 verslagen door Theodebert, zoon van Theoderik, koning (511-533) van de Merovingische Franken in die tijd. Gregorius van Tours vermeldt hetzelfde feit in zijn Historiën, namelijk dat de koning Chlochilaicus (Hygelac) van de Dani, een volkstam van Geatingas en Hretllingas, het land der Frankische Attuarii van over zee binnen viel.
De held Beowulf werd geboren in 495 en werd op 7-jarige leeftijd naar het hof van koning Hrethel, zijn grootvader aan moederszijde gebracht. Na woelige jeugdjaren nam hij in 515 (20 jaar oud) een
opdracht aan van Hrothgar, toenmalige koning der Dani. Deze volksstam en de buren werden al 12 jaar door het monster Grendel geterroriseerd. De strijd tegen het monster duurde vele jaren.
Uiteindelijk, nadat Beowulf zelf koning geworden was, maakte hij op hoge leeftijd het monster af te Hronesness (Walviskaap, grijze nesse, Cap Griz-Nez?).Geografisch lijken de plaatsnamen uit het verhaal onmogelijk in Engeland te situeren. De vertalingen zijn meestal gebaseerd op Deense en Scandinavische literaire werken die van jongere
datum zijn dan de historische gebeurtenis uit het epos. Als de klassieke vertalingen van Dani in Denen en Dania of Danamarken in Denemarken, Swêon in Zweden, Eoten of Uoten in Jutten verder worden gevolgd, dan blijft een hopeloos verward beeld bestaan van de levenssituatie en van het beschreven strijdtoneel.
Daartegenover zijn uit het verhaal tal van persoons- volkeren- en plaatsnamen te vinden die niet op Engelse bodem maar wél aan deze zijde van het Kanaal, op de westkust van Frankrijk, zijn gesitueerd en die heden nog bestaan. Deze vaststelling leidt tot de ophefmakende hypothese dat de koningsnamen in de Beowulf kleven aan plaatsnamen uit noordwest-Frankrijk!
In dit boek worden deze namen uit de Beowulf systematisch geduid. Zo komt een nieuwe, geografisch logische, denklijn te voorschijn over het oudste Germaanse epos.
Beowulf vond zijn oorsprong in de schrijfcultuur van Frans-Vlaanderen, waar de klassieke Latijnse en Griekse teksten ons oude volkeren aanwijzen die daarmee verband hebben.Tenslotte wordt het Beowulf-epos vergeleken met het Fries-Saksisch Gudrun-epos en met andere sagen waarmee er verbondenheid te vinden is.
Het geheel vormt een boeiende speurtocht naar de historische werkelijkheid, wars van de traditionele
opvatting.INHOUD
Ten geleide – Prof.em. Hendrik Vandermoere
I Inleiding
II Samenvatting van het Beowulf-epos
III Stambomen en historische situering
IV Koppeling van namen: personen, volkeren, plaatsen en streken
1. Namen uit Germaanse sagen en legenden
2. Noordelijk Francia met Saxonia, Fresnaland, Hattuarii, Dani,
Cimbri en Teutones
a. Hattuarii bij Cimbri en Teutones
b. Dani en Saxones bij Fresnaland
c. Zijn er uit Tacitus’ Germania namen terug te vinden in de
Beowulf?
d. Nadere analyse van Suevi/Sueones
e. Overige stamnamen uit de Beowulf
f. Overige namen van plaatsen en personen
g. De legendarische wapens: Hrunting en Naegling
h. De strijd om de Finnsburg
i. Andere landschapselementen
V Vergelijking Beowulf met Gudrun en andere sagen
a. De Hilde-sagen
b. Het Kudrun-lied in strikte zin
c. De ‘Friesche Sagen’ van J.P. Wiersma
d. Over Fresnaland en Francia
VI Cultuurhistorische besluiten
VII Alfabetische namenlijst uit de Beowulf
VIII Slotwoord
IX Bronnen, bibliografie
X Bijlage. Beowulf Manuscript, de Angelsaksische tekst
XI Register
Résumé, Summary
